home
go back
Uitvinding van het bepalen van de lengtegraad
Het onderwerp van de gravure is eerbetoon aan de uitvinding van de geleerde
navigatoren uit de vijftiende eeuw
die het mogelijk maakte voor
boten
op volle zee hun
positie te berekenen
vanuit het imaginaire dubbele netwerk van meridianen en parallellen.
De navigatoren uit de vijftiende eeuw erkenden dat de
as van een magnetische naald niet te vinden is in de meridiaan van de plaats
. Men weet ook dat de
declinatie
een hoek is die het verticale plan, dat loopt door de polen van de naald, anders gezegd de magnetische meridiaan, met de geografische meridiaan maakt. Dit wordt verwoordt in het onderschrift: « de lengtegraden van de aardbol zijn ontdekt uitgaande van de declinatie van het magnetische noorden. Vaak geeft een kleine afwijking, naar de ene of andere kant, van de gemagnetiseerde naald, Plancius de mogelijkheid om te berekenen in welke richting de haven zich bevindt. »
Petrus Plancius of Pieter Platevoet
(1552-1622) is een astronoom, cartograaf, geograaf en overtuigd predikant. Hij is een
autoriteit op het gebied van kompasafwijkingen
en brengt onder meer de zuidelijke sterrenhemel in kaart.
De techniek betekent al een grote vooruitgang voor plaatsbepaling op volle zee, maar de nauwkeurigheid ervan is tot ver in de achttiende eeuw nog een probleem.
Breedtebepaling
daarentegen
aan de hand van het sterrenstelsel
is al in de vijftiende eeuw bij de Portugezen bekend, en eeuwen eerder gebruiken de Arabieren al de kamal voor de breedtebepaling. De
poolster
staat aan de Noordpool recht boven de waarnemer, dus in een waarnemingshoek van 90º ten op zichte van de horizon. Aan de evenaar staat hij net boven de horizon, dus een waarnemingshoek van 0º. Door het
meten van de hoek
kon dus tijdens de nacht op het noordelijke halfrond de breedtegraad worden bepaald met behulp van de poolster.
Op het
zuidelijke halfrond
, waar de Poolster nooit te zien is, en overdag, kan de
hoogte van de zon
als zij op haar hoogste punt staat worden gebruikt. Met behulp van tabellen wordt de meting omgerekend naar een breedtepositie. Met hoekmeetinstrumenten als kwadrant, zeeastrolabium, jakobsstaf of sextant kan overdag de hoogte van de zon of tijdens de nacht van de Poolster worden gemeten. Op het achterdek van het schip maakt een man met behulp van een kwadrant deze meting, die ook bekend staat als «schieten op de zon».
De bepaling van de lengtepositie kon worden berekend aan de hand van de kompasvariatie (declinatie).
Het verschil tussen het magnetische noorden en het geografische noorden wordt op verschillende lengteposities als kompasvariatie waargenomen. Plancius heeft hiervoor tabellen gemaakt. Op volle zee werd de plaatselijke variatie berekend uit het verschil tussen de ochtendpeiling van de plaats van opkomst van de zon en de avondpeiling van de plaats van ondergang van de zon.