Skip Navigation Links

Callot was verantwoordelijk voor drie belangrijke technische vernieuwingen in de etskunst. Een ets is een diepdrukvorm, waarbij de afbeelding in de drukvorm ontstaat door chemische werking. Met een etsnaald wordt een tekening gemaakt in een zuurbestendige laag (de etsgrond), die een koperen plaat bedekt. Deze plaat wordt vervolgens in een zuurbad ondergedompeld. Op de plaatsen waar het vernis werd verwijderd door de etsnaald, bijt het zuur in de plaat. Zo wordt de tekening in de plaat gebeten of geëtst. Vervolgens wordt de plaat met inkt ingestreken en op vochtig papier afgedrukt. Deze afdruk wordt eveneens een ets genoemd. Callots grootste verwezenlijking is ongetwijfeld het vervangen van de traditionele etsnaald door het échoppe, een etsnaald met ovaalvormige punt, waarmee hij gemakkelijker de zwellende en weer afnemende lijn van de burijn kon imiteren. Verder introduceerde hij een taaier vernis dat beter aan de etsplaat hechtte, waardoor het etszuur niet langer op ongewenste plaatsen terechtkwam. Tenslotte liet hij de plaat meerdere malen bijten en werkte daarbij met een afdekmethode, waardoor de plaat op bepaalde plaatsen dieper werd gebeten. Op deze manier creëerde hij uitgesproken licht-donker contrasten, die het theatrale effect en de dieptewerking in zijn prenten vergrootten. Callots vernieuwingen werden in 1645 door Abraham Bosse (1602-1676) opgetekend in zijn Traicté des manieres de graver en taille douce, het eerste traktaat over de etskunst. Hierdoor waren ze van blijvende invloed voor latere generaties.

Onze website maakt gebruik van cookies om uw taalkeuze te registreren, de vlotte werking van onze website te garanderen en om anonieme statistieken bij te houden via Google Analytics.