|
Jan van Eyck is één van de bekendste Vlaamse Primitieven en wordt beschouwd als de grondlegger van deze schilderstijl. Als hofkunstenaar – eerst aan het hof van de graaf van Holland Jan van Beieren in Den Haag en later aan het hof van de Bourgondische hertog Filips de Goede – moet hij worden beschouwd als één van de belangrijkste kunstenaars van zijn tijd. Hij is vooral bekend geworden om zijn kenmerkende schilderstijl die wordt bepaald door een groot gevoel voor detail, een zeer nauwkeurig wijze van uitwerking en een helder kleurenpalet.
Van Eyck is vermoedelijk rond 1395 in Maaseik geboren. Hij duikt in 1422 voor het eerst in documenten op. Hij is dan als meester werkzaam voor de graaf van Holland in Den Haag. Uit de documenten blijkt dat hij in deze periode aan enkele miniaturen heeft gewerkt. Ook worden vaak miniaturen in de Très belles heures de notre Dame de Jean de Berry, of kortweg het Turijn-Milaan handschrift (Museo Civico d’Arte Antica, Turijn) aan Van Eyck toegeschreven. Na het overlijden van de graaf in 1425 verhuist Van Eyck naar Brugge, waar hij al snel door Filips de Goede wordt aangesteld als hofschilder en ‘varlet de chambre’ oftewel kamerheer. Eind jaren twintig maakte Van Eyck enkele reizen met een diplomatiek karakter voor de hertog.
Van zijn relatief klein oeuvre dat overgeleverd is, zijn enkele belangrijke werken aanwezig in het Groeningemuseum Brugge en het KMSK Antwerpen. De Madonna met kanunnik Van der Paele (Groeningemuseum) is één van de bekendste werken uit zijn oeuvre. Dit schilderij dat, op het Lam Gods (Sint Baafskathedraal, Gent) na, tevens Van Eycks grootste schilderij is, staat hier centraal. Van Eyck maakte dit schilderij tussen 1434 en 1436.
|