home
 

Portret van Luis Francisco de Benavides (1664)



Klik op de details voor meer info

 


Artus I Quellinus, Luis Francisco de  Benavides Carillo de Toledo, markies van Caracena,
landvoogd van de Spaanse Nederlanden
, 1664, 
Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen, inv. 701




Dit luisterrijke beeldhouwwerk van de hand van Artus I Quellinus mag zonder twijfel als één van de topstukken uit de sculptuurcollectie van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen bestempeld worden. Het werk situeert zich in de latere fase van zijn carrière, wanneer zijn stijl een typische, barokke grandeur aanneemt.

Quellinus de Oude bekleedt een centrale plaats in de beeldhouwkunst van de zeventiende-eeuwse Nederlanden en is voornamelijk bekend van zijn werkzaamheden aan het stadhuis van Amsterdam (nu Paleis op de Dam), dat hij rijkelijk decoreerde met sculpturen. Daarnaast was hij ook een succesvol portrettist. Zijn borstbeelden munten uit door hun gebalde monumentale vormgeving, hun psychologisch onderbouwd naturalisme en hun bijzondere aandacht voor de weergave van de handen. Met zijn Amsterdamse burgemeesters-portretten lag hij aan de grondslag van een geheel nieuw en karakteristiek genre: het ‘burgerlijk heersersportret’.

Het portret uit de Antwerpse museumcollectie stelt Luis Francisco de Benavides Carillo de Toledo voor. Deze Spaanse veldheer die in 1658 landvoogd van de Spaanse Nederlanden werd, presenteert zich hier met barokke grootsprakerigheid. Met haar hoge graad van realisme in de verfijnde weergave van de handen, haren en materialen is deze buste een tijdloos heersersportret. Het harnas, de brede kantkraag, maarschalkstaf en geknoopte sjerp zorgen voor de nodige grandeur. Het portret werd gebeiteld ter nagedachtenis van de stichting van de academie van Antwerpen, die dankzij de Benavides tot stand was gekomen. Het maakt daarmee deel uit van een ensemble van drie busten die het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen geërfd heeft van de voormalige Antwerpse Sint-Lucasgilde. De andere twee zijn het portret van Juan Domingo de Zuñiga y Fonseca door Lodewijk Willemsens uit 1675 en het hierna besproken portret van Maximiliaan Emmanuel van Beieren door Willem Kerricx uit 1694.

De hoge graad van realisme die volop tot uitdrukking komt in de verfijnde weergave van de handen, de haren, de stofkwaliteit en de bewerkingstechniek van de verschillende materialen is niet alleen kenmerkend voor de zeventiende-eeuwse sculptuur, maar bepaalt ook de tijdloze kwaliteit van dit indrukwekkende portret. De ongenaakbare autoriteit die het portret uitstraalt is grotendeels te danken aan de pose: de opperbevelhebber van het leger laat zijn hand rusten op het teken van zijn macht: de maarschalkstaf.