|
Les Villages illusoires
In 1895 verzorgde Minne vier houtsneden in de dichtbundel Les Villages illusoires van Emile Verhaeren. In de prenten komt zijn groeiende interesse voor een lineaire tekenstijl tot uiting. In de bundel bracht hij een vrije interpretatie van de gedichten. Zo schrijdt de molenaarsvrouw naast het gedicht Le Meunier langzaam haar dood tegemoet. Deze combinatie van de moeder met een kind in haar armen is een iconografisch vaak terugkerend thema in Minnes werk voor 1900.
In vergelijking tot zijn vroegere illustratiewerk – onder meer voor Grégoire Le Roy’s Mon Coeur pleure d’Autrefois – wordt het beeldoppervlak door talloze parallelle lijnen en arceringen gedomineerd. Het voorbeeld voor Minne was waarschijnlijk de Britse boekdesign van Aubrey Beardsley en Edward Burne-Jones, die in de fin de siècle een grote invloed uitoefende op het Europese vasteland, onder meer bij Jan Toorop en Charles Doudelet.

Emile Verhaeren, Les Villages illusoires, 1895, titelpagina, MSKG
De oude timmerman. Houtsnede bij het
gedicht Le Menuisier in, 1895, MSKG
Landschap met moeder en kind voor
een molen. Houtsnede bij het gedicht Le Meunier, 1895, MSKG
Edelvrouw rijdend op een paard.
Houtsnede bij het gedicht La Ferme ardente, 1895, MSKG
Lezende vrouw in een besloten tuin. Houtsnede bij
het gedicht Le Vent, 1895, MSKG |
|