home
 
Historiek


Hoewel De lezing 1903 is gedateerd, lijkt het een lange ontstaansgeschiedenis te hebben gehad. Het eerste idee van deze compositie zou al dateren van begin 1900. Hoewel we details herkennen uit Verhaerens studeerkamer in Saint-Cloud (Parijs), werd het werk uitgevoerd in het atelier van de kunstenaar in Parijs – de Van Rysselberghes waren in 1898 naar de Franse hoofdstad verhuisd –, waar de deelnemers elk apart werden uitgenodigd om te komen poseren. Zoals gebruikelijk begon Van Rysselberghe met een reeks voorstudies, tekeningen en olieverfschetsen. Ze werden uitgevoerd wanneer de modellen tijd hadden om te komen poseren.




Théo Van Rysselberghe
Portret van Maurice Maeterlinck (detail), conté potlood 
MSKG, inv. 1958-AF



Ook de Belgen onder het gezelschap woonden toen in Parijs, wat de organisatie vereenvoudigde.Het Museum voor Schone Kunsten Gent bezit vier voorbereidende tekeningen (Maeterlinck, Fénéon, Ghéon en Vielé-Griffin); in de Koninklijke Bibliotheek van Brussel bevindt zich een tekening in conté-potlood van Cross, gedateerd mei 1902.
Hoewel het tafereel dus ingebeeld was, ontstond het werk toch indirect naar de natuur en bleek de schilder geen extra hulpmiddelen zoals foto’s gebruikt te hebben.


Théo Van Rysselberghe
Portret van Félix Fénéon, bruin en zwart krijt 
MSKG, inv. 1962-Z


Van Rysselberghe wilde het werk finaliseren voor het salon van La Libre Esthétique in 1904. Het schilderij werd er bijzonder positief onthaald. De staat wilde het werk aankopen voor het Brusselse Museum voor Moderne kunst (de huidige Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België), dat al in 1901 het pointillistische Portret van de vrouw en de dochter van de schilder (1899) had aangekocht. Het voorkeur van het museum ging echter naar De wandeling (of De Peacock March, 1901), eveneens aanwezig in 1904 op het salon van La Libre Esthétique.



Théo Van Rysselberghe
Portret van Henri Ghéon, bruin en zwart krijt 
MSKG, inv. 1962-W


Twee jaar later, in 1906, stelde Van Rysselberghe De lezing tentoon op het Salon van Gent. Via deze weg wilde vermoedelijk de schilder zelf zijn werk opgenomen zien worden in het museum van zijn geboortestad Gent, wat inderdaad ook gebeurde.








Théo Van Rysselberghe
Portret van Francis Vielé-Griffin, houtskool 
MSKG, inv. 1962-X