Het schoonmaken van het schilderij
 |
|
|
Jan van Eyck, Portret van Margaretha van Eyck, detail in ultraviolet-fluorescentielicht tijdens het schoonmaken.
|
|
Oude natuurlijke hars vernislagen op basis van dammar of mastiek kan met oplosmiddelen en met kleine lapjes zachte watten van het oppervlak van een schilderij verwijderd worden.
 |
In het geval van Margaretha Van Eyck werd deze procedure onder onder extra vergroting uitgevoerd met behulp van een binoculaire stereomicroscoop. De restaurator kon zo het schilderij voortdurend op het scherm vergelijken met foto’s van voor de restauratie en met ondersteunende beelden zoals röntgenfoto’s en infraroodreflectogrammen. Doordat oude retouches over verfverlies en beschadigde stukjes soms slecht oplosbaar zijn in de gebruikelijke oplosmiddelen voor reiniging, moeten die met een scalpel worden verwijderd. Dit is een lang en intensief proces, dat uitgevoerd wordt onder de microscoop. Gelukkig gebruikte men bij de vorige restauratie van het portret voornamelijk een product op basis van vernis, waardoor het meeste hiervan samen met de verkleurde vernislagen weggenomen kon worden.
|
Schoonmaken van het schilderij onder de microscoop
|
|
 |
 |
|
Jan van Eyck, Portret van Margaretha van Eyck, microfoto tijdens behandeling.
|
Jan van Eyck, Portret van Margaretha van Eyck, microfoto tijdens behandeling.
|
Dit was ook het geval met de grijze tint over de witte sluier en de donkerbruine verf die aangebracht werd over het grootste deel van de zwarte achtergrond om de afgebrokkelde en afgeschilferde randjes van sommige barsten te verdoezelen.
 |
 |
| Jan van Eyck, Portret van Margaretha van Eyck, tijdens de vernisafname. |
Jan van Eyck, Portret van Margaretha van Eyck, tijdens de vernisafname. |
Naarmate dit verkleurde vernis en de oude restauraties verwijderd werden, kwam het goed bewaarde originele verfoppervlak stukje bij beetje tevoorschijn. Duidelijk werd dat dit schilderij altijd met de grootste zorg werd behandeld.
 |
Het is inderdaad plausibel dat van Eycks originele vernislaag gedeeltelijk bewaard gebleven is. Tijdens de reiniging volgt de restaurator zijn vooruitgang regelmatig op met ultravioletlicht. Indien nodig kunnen de vorderingen ook met een ultraviolet-fluorescentie foto worden vastgelegd. Een nuttige techniek aangezien natuurlijke hars- en oliesoorten onder ultravioletlicht op een duidelijke en typische manier fluoresceren, terwijl verflagen (met pigment) gewoonlijk minder goed oplichten. Het 19e-eeuwse vernis op de linkerkant van het portret heeft een sterke geelgroene fluorescentie die kenmerkend is voor een ouder natuurhars zoals dammar of mastiek. |
| Jan van Eyck, Portret van Margaretha van Eyck, ultraviolet-fluorescentie tijdens de vernisafname. |
|
 |
 |
| Jan van Eyck, Portret van Margaretha van Eyck. Bovenste gedeelte van een verfdoorsnede van de rode jurk aan de onderkant van het schilderij. |
Jan van Eyck, Portret van Margaretha van Eyck Wife. Bovenste gedeelte van een verfdoorsnede van de rode jurk aan de onderkant van het schilderij. Foto genomen onder ultraviolet licht. |
Het reeds gereinigde deel licht niet langer op (behalve wat kleine plekjes aan de randen). Ter hoogte van het gezicht, de hoofdtooi en het grootste deel van de rode jurk van Margaretha ligt nog een dun fluorescerend laagje, van een oranjegele kleur. In de rechterbenedenhoek is een stukje van haar jurk echter donker gekleurd en niet fluorescerend. Uit een monster van wat verf die hier was los gekomen blijkt dat er een fijn laagje fluorescerende substantie zonder pigment tussen de laatste en voorlaatste laag rode lak zit (rode jurk van Margaretha). Hierdoor lijkt het erop dat van Eyck een dunne vernislaag op het schilderij aanbracht toen het bijna af was om de kleuren te verzadigen. Uiteindelijk besloot hij een extra laklaag over het vernis in de rechterbenedenhoek aan te brengen (1), met als doel de plooien donkerder te maken. Deze lak bleef glanzend en verzadigd, en moest dus niet opnieuw gevernist worden. De lichtjes oranje kleur van de fluorescentie is typisch voor een laksoort met hars opgelost in een sneldrogende olie, zoals schilders in de vijftiende eeuw gebruikten, en dus bestaat deze laag waarschijnlijk uit dezelfde gekookte lijnzaadolie met terpentijnhars die in de grotere deklaag op de gemarmerde achterkant werd gebruikt (2).
(1) Lagen vernis ingesloten tussen verflagen zijn gevonden op het 13de eeuwse Engelse Westminster Retable; zie.M.L. Sauerberg, A. Roy, M. Spring, S. Bucklow and M. Kempinski, ‘Materials and Techniques’, The Westminster Retable: History, Techniquet and Conservation, eds. P. Binski and A. Massing, with M.L. Sauerberg, London-Turnhout 2009, pp. 244–6
(2) Een voorbeeld van een vroeg Nederlands schilderwerk in de National Gallery met overblijfselen van een gelijkaardig vernis is The Virgin and Child Enthroned, with Four Angels (NG6282) van Quinten Matsijs. Zie J. Dunkerton, ‘The Technique and Restoration of ‘The Virgin and Child Enthroned, with Four Angels’ of Quinten Massys’, National Gallery Technical Bulletin, 29, 2008, pp. 60-75.