|
Inleiding
De Vlaamse Primitieven leven in een maatschappij die sterk verandert. Een totaal nieuwe wereld wordt “ontdekt” waardoor men beseft dat er ook andere culturen dan de westerse bestaan. Langzaamaan zullen kunstenaars Arabische, Oosterse en later Amerikaanse elementen in hun schilderijen verwerken. Voor de late middeleeuwer stralen ze iets exotisch uit, voor de mens uit de 21e eeuw is het dagelijkse kost…
 |
Detail uit Anonieme meester, Missaal van de Brugse Magdalena, 1454, Grootseminarie Brugge, MS.48/3 |
De Vlaamse Primitieven halen hun inspiratie uit een waaier aan bronnen en stimulansen om exotische motieven te schilderen. Het is echter moeilijk te achterhalen wie wat gebruikt. Uit allerhande hoeken stroomt informatie over andere culturen binnen en hoe kunstenaars uit de late Middeleeuwen daarmee omgaan is bijna onmogelijk in kaart te brengen.
Vandaag kunnen we slechts gissen hoe het contact met die “andere” wereld verliep. Aan de hand van diverse bronnen is een –weliswaar onvolledige– reconstructie van de geschiedenis op te bouwen. In het westen is er door de kruistochten en de reconquista op het schiereiland Iberia interesse voor de Arabische wereld. Ook via oorlogen ontstaat er contact met vreemde culturen. Een niet te onderschatten factor is de pelgrimage die in de 14e en 15e eeuw zelfs het karakter van massatoerisme zal vertonen met totaalarrangementen en reisgidsen. Ook kooplui en handelaars zien hoe andere culturen functioneren. Al wie vertrekt naar verre oorden brengt verhalen mee over exotische streken wat de fascinatie ervoor in het thuisland sterk aanwakkert. Men vormt zich een beeld van die “onmetelijke” wereld waardoor veronderstellingen een eigen leven leiden om tenslotte in racistische denkbeelden uit te monden.
|

Jan Provoost, Kruisiging, ca. 1501-05, GRO 0.1661.I
|
|