home
 

De inscripties en lijstafwerking

Jan van Eyck, Magaret, the Artist's Wife, detail of the upper frame moulding.  
Jan van Eyck, Portret van Margaretha van Eyck, macrofoto van de bovenkant van de omlijsting.  

Jan van Eyck tekende en dateerde het portret en identificeerde de geportretteerde in de inscripties boven- en onderaan de lijst. De Latijnse inscriptie bovenaan in de lijst zegt: ‘CO(N)IU(N)X M(EU)S IOH(ANN)ES ME (COM)PLEVIT A(N)NO . 1439˚ . 15˚ . IUNII’ (Mijn echtgenoot Jan heeft me op 15 juni 1439 voltooid) (1).

Jan van Eyck, Magaret, the Artist's Wife, detail of the lower frame moulding.  

Jan van Eyck, Portret van Margaretha van Eyck, macrofoto van de onderkant van de omlijsting.

 

Onderaan in de lijst gaat het verder met ‘[A]ETAS MEA TRIGINTA TRIU[M] AN[N]ORUM . AΛL IXH XAN’ (Op 33-jarige leeftijd. Als ich can). Dezelfde woordspeling met Ich en van Eycks naam vinden we terug op het vermoedelijke zelfportret in de National Gallery.

Jan van Eyck, Magaret, the Artist's Wife, photomicrograph Jan van Eyck, Magaret, the Artist's Wife, photomicrograph
Jan van Eyck, Portret van Margaretha van Eyck. Macrofoto van de inscriptie bovenaan in de omlijsting. Jan van Eyck, Portret van Margaretha van Eyck. Macrofoto van de inscriptie bovenaan in de omlijsting.

De lichtinval op de rechterkant van de inscriptiepanelen, suggereert dat deze in de gemarmerde lijst ingewerkt zaten. De helderheid van de letters en cijfers duidt er bovendien op dat ze ingekerfd en mogelijk verguld waren. Het is echter niet duidelijk wat de bruine achtergrond moet voorstellen. Buiten de schittering op de letters zien we nergens de suggestie van reflectie op een metalen oppervlakte. De gefacetteerde ruitvormige punten aan beide kanten van de inschriften lijken eerder op leestekens (en zijn zo belicht) dan op pinnen om een metalen plaat te bevestigen. Misschien moeten we de inscripties zien als stroken bewerkt leer die in een ondiepe uitsparing in het marmer gelijmd zijn.

Aan de voorkant kreeg de lijst een warme geelgrijze kleur, doorweven met bruinachtige zwarte lijnen die de nerven van het marmer voorstellen. Tijdens de recente behandeling werd de lijst licht gereinigd. Daarbij werden vooral oppervlaktevuil en vlekken bijenwas (gebruikt om de lijst bijeen te houden) verwijderd. Momenteel vinden we er niet alleen verschillende (mogelijks deels originele) coatings op terug maar ook het onvermijdelijke erop vastgekoekte vuil en kleine beschadigingen die het gevolg zijn van een normaal gebruik van een lijst.

Jan van Eyck, Magaret, the Artist's Wife. Paint cross-section from the upper right corner of the frame mouldings on the front. Jan van Eyck, Magaret, the Artist's Wife. Paint cross-section from the upper right corner of the frame mouldings on the front.

Jan van Eyck, Portret van Margaretha van Eyck. Verfdoorsnede uit de rechter bovenhoek van de lijstafwerking aan de voorkant. De grondlaag ontbreekt in het monster.

Jan van Eyck, Portret van Margaretha van Eyck. Microfoto van onderste rand.

 

Onderzoek van de randen van de open barsten aan de verbindingspunten, en van een verfmonster, tonen aan dat van Eyck mogelijks een kleurrijker marmereffect voor ogen had. De onderste laag heeft namelijk een felgroene kleur die verdigris bevat, vermengd met een lood-tingeel en een beetje zwart en wit. Daarover werd het warme geelgrijs van het huidige ontwerp aangebracht. Het bindmiddel van beide lagen is dezelfde gekookte lijnzaadolie die ook in het portret zelf gebruikt werd. Het is ook mogelijk dat de groene onderlaag aangebracht werd om de bovenlagen een koelere tonaliteit te geven of dat ze gewoon werd gebruikt omdat van Eyck verf over had van de riem van zijn vrouw. Hoewel er geen monster van de riem is genomen, omdat deze in perfecte staat is, is het welhaast zeker geschilderd met dezelfde pigmenten. Om de overgang tussen lijst en schilderij onderaan vloeiender te maken, en misschien om de lichtinval op de rand weer te geven, trok van Eyck de verf van de lijst lichtjes door in het geschilderde oppervlak, en werkte hij het af met een fijne donkergroene lijn.

Jan van Eyck, Magaret, the Artist's Wife, detail of the upper frame moulding on the reverse.  

Jan van Eyck, Portret van Margaretha van Eyck, microfoto van de bovenkant van de achterkant van de lijst.

 

De verf op de achterkant van de lijst is niet de originele. Op sommige plaatsen waar de latere lagen afgebladderd zijn, vangen we een glimp op van de originele zwarte afwerking die mogelijk generfd of rood gevlekt was. Het lijkt erop dat het origineel al vrij snel beschadigingen opliep en dat de lijst hierdoor vlug een nieuwe witte grondlaag (veel dikker dan de originele) en verschillende deklagen kreeg.

Jan van Eyck, Magaret, the Artist's Wife, photomicrograph Jan van Eyck, Magaret, the Artist's Wife. Paint cross-section of the non-otiginal decoration of the moudlings with the new ground and four layers of repaint.

Jan van Eyck, Portret van Margaretha van Eyck. Macrofoto van de achterkant van de lijst bovenaan waar de nieuwe afwerking van de originele zwarte verf afbladert.

Jan van Eyck, Portret van Margaretha van Eyck. dwarsdoorsnede van een verfmonster van de niet-originele afwerking van de lijst met de nieuwe grondlaag en vier deklagen.

De onderste laag is zwart, ter imitatie van het origineel, maar daarover volgt een reeks crèmekleurige en geelbruine lagen. Omdat de nieuwe onderlaag de neiging heeft te schilferen en af te bladderen van de restanten van de originele verf en grondlaag, zijn er veel opake bruine retouches. Zelfs deze retouches zijn erg hard en lossen niet op in normale oplosmiddelen, wat verraadt dat de lijst erg lang geleden herschilderd werd. Het zou een lastige en moeizame karwij zijn om de bruine lagen te verwijderen. Omdat er naar alle waarschijnlijkheid toch maar weinig originele decoratie is overgebleven, werd besloten deze herschildering niet te verwijderen.


(1) Transcript en vertaling van catalogusinvoer in L. Campbell, M. Falomir, J. Fletcher en L. Syson, Renaissance Faces. Van Eyck to Titian, Exh. Cat., National Gallery. Londen 2008, blz. 180. De datum staat genoteerd als 17 juni in A. Janssens de Bisthoven, M. Baes-Dondeyne en D. de Vos, De Vlaamse Primitieven I. Corpus van de vijftiende-eeuwse schilderkunst in de Zuidelijke Nederlanden (Groeningenmuseum) Brugge, 3e uitgave,, Brussel 1983, Vol I, blz. 179.