De gemarmerde achterkant
 |
|
| Jan van Eyck, Portret van Margaretha van Eyck, macrofoto van de gemarmerde achterkant na de schoonmaak. |
|
Het schoonmaken van de marmerimitatie op de achterkant hield eigenlijk niet veel meer in dan het verwijderen van een dikke laag was (vermoedelijk aangebracht in de vorige eeuw) en vastgekoekt grijs vuil. Daaronder bleek een vol en glanzend oppervlak schuil te gaan dat absoluut geen nieuwe laag vernis nodig had omdat het bijzonder goed bewaard is gebleven.
 |
 |
| Jan van Eyck, Portret van Margaretha van Eyck, de gemarmerde achterkant voor de schoonmaak. |
Jan van Eyck, Portret van Margaretha van Eyck, de gemarmerde achterkant na schoonmaak. |
Hoewel geen enkele gekende marmersoort dit patroon heeft, slaagde van Eyck erin met een ingewikkelde techniek een buitengewoon knappe illusie van gepolijste steen te creëren.
 |
 |
| Jan van Eyck, Portret van Margaretha van Eyck. dwarsdoorsnede van een verfmonser van de gemarmerde achterkant. |
Jan van Eyck, Portret van Margaretha van Eyck. dwarsdoorsnede van een verfmonster van de gemarmerde achterkant. Gefotografeerd in ultraviolet licht. |
Over de witte grondlaag, vergelijkbaar met die uit de doorsnede van de voorkant (hoewel het verfoppervlak minder gebarsten is) werd een laag zwart pigment aangebracht, waarschijnlijk roetzwart zoals op de achtergrond van het portret.
 |
Vervolgens werd het eerst besprenkeld met een porfierkleur op basis van rood karmijn, vermiljoen, krijt (doorzichtiger dan het gewoonlijke loodwit) en een beetje zwart, zoals in de doorsnede. Daarna kreeg het hier en daar wat spatjes grijswit en tenslotte volgde een glanzend vermiljoenrood. De FTIR-analyse van het bindmiddel onthult een proteïne: lijm, ei of eventueel caseïne.
|
| Jan van Eyck, Portret van Margaretha van Eyck. Macrofoto van de gemarmerde achterkant. |
|
Dit is geen verrassing want olieverf is te dik en kleverig om mee te spatten. In schilderijen met marmereffect op basis van verfspatten met ei van Italiaanse schilders zoals Mantegna, ontwaren we bij uitvergroting middelgrote inzinkingen en luchtbellen van de schuimende verf (1). Door de afwezigheid van dergelijke inzinkingen hier, nemen we aan dat van Eyck lijm gebruikte. Tussen de porfierkleurige en vermiljoenlagen in de doorsnede, zien we een doorzichtige laag zonder pigment die sterk oplicht onder ultraviolet licht. Deze tussenlaag vernis of olie draagt bij tot het diepte-effect van de lagen besprenkelde verf.
 |
 |
| Jan van Eyck, Portret van Margaretha van Eyck. Macrofoto van de gemarmerde achterkant rond de kras in het vernis. |
Jan van Eyck, Portret van Margaretha van Eyck. Uv-fluorescentie van gemarmerde achterkant. |
De analyse van de gladde glanzende oppervlaktelaag vertelt ons dat ze vooral gekookte lijnzaadolie bevat (het bindmiddel van het portret zelf) met kleinere hoeveelheden terpentijn hars en andere bestanddelen die nog geïdentificeerd moeten worden. Ze is licht verkleurd en duidelijk erg oud met haar eigen netwerk aan scheuren. Het ultraviolet beeld bevestigt dat ze alleen onderbroken is daar waar er kleine krassen en schilfers zijn (zwart op het uv-beeld). Vijftiende eeuwse recepten voor vernis leren ons dat vernis toentertijd vervaardigd werd op basis van hars opgelost in sneldrogende olie en niet op basis van de vluchtige oplosmiddelen waarmee modernere vernissen gemaakt worden. Daarom is het waarschijnlijk dat dit van Eyck zijn originele toplaag was.
(1) Zie J Dunkerton and R. Billinge, Beyond the Naked Eye, National Gallery, London 2005, pp. 10–13