Skip Navigation Links
 terug
van dezelfde kunstenaar
De Bediening - circa 1923 -  1923 Wintermuziek - 1943
Vrouw bij het raam - 1916 Winterlandschap - 1915
Silhouet van de schilder - 1907 De porseleinen hond - 1922
De stroom - 1913 Twee november (Interieur) - 1908
Silhouet van de schilder

Léon Spilliaert
Oostende 1881 - Brussel 1946

Silhouet van de schilder - 1907

Silhouet van de schilder

Léon Spilliaert , 20ste eeuw, Museum voor Schone Kunsten Gent

 
Periode 20ste eeuw
   
Datering 1907
   
Materiaal Oost-indische inkt, penseel en kleurpotlood, gewassen, op papier
   
Afmetingen 498 x 652 mm
   
Museum Museum voor Schone Kunsten Gent
   
Type Kunstwerk tekeningen
   
Inventaris nummer 1954-O

interieurs zelfportretten

vergrote afbeelding tonen
   
Info over beeldgebruik
Vanaf eind 1904 stuurt Spilliaert aan op een breuk met het literaire symbolisme vertolkt door zijn tijdgenoten Fernand Khnopff, William Degouve de Nuncques en Jean Delville. Hij kan pas volledig loskomen van deze kunstvorm via het louterende proces van een diepe zelfanalyse, in een uitzonderlijke reeks zelfportretten, die tussen midden 1907 en november 1908 tot stand komt. Het schetsboek dat Spilliaert in 1907 in gebruik nam, bevat verschillende voorbereidende studies en tekeningen. Van de zelfportretten ontstaan er een tiental in 1907, waaronder Silhouet van de schilder, en een negental in 1908. In de voorstellingswijze van het onderwerp is er een duidelijke compositorische evolutie. De eerste portretten uit 1907 zijn hoofdzakelijk met penseel en pen in Oost-Indische inkt uitgevoerd. De figuur van de kunstenaar is voor een neutrale of monochrome achtergrond opgesteld. Silhouet van de schilder breekt voor het eerst met deze sobere benadering. Door de figuur in een interieur te situeren, roept Spilliaert de burgerlijke fin de siècle interieurs voor de geest. Het plaatsen van een figuur in tegenlicht, om zo het contrast met het felle zonlicht van een zomerse dag te benadrukken, is een stijlelement dat Spilliaert aan illustrerende tijdgenoten zoals Edvard Münch en James Ensor heeft ontleend. De silhouet van de schilder is meesterlijk met het penseel aangezet in Oost-Indische inkt. Een gedetailleerde analyse van het creatieproces maakt het mogelijk nauwkeurig een viertal stadia in de penseelvoering te onderscheiden. De figuur werd breed in een vloeiend lichtgrijs lavis op het papier vastgelegd. Daarna werd het beeld naar het model toeverscherpt door de contourlijnen van de figuur preciezer aan te geven. Weerbarstige haarlokken, wimpers en snor maken er onmiskenbaar Spilliaerts portret van. De opeenvolgende lagen materie verhogen de volumewerking van de figuur in de ruimte door het verdiepen van de zwarte verzadigde tonaliteit van de inkt. De uitdeinende lavislijnen vermeerderen het zinderende effect van het licht waartegen de figuur opdoemt. Naar alle waarschijnlijkheid werden de decorelementen later toegevoegd: de fijne vitrage, het raamsmeedwerk, de console en de stoel in acajou. Deze elementen krijgen een subtiele kleuraanduiding door het gebruik van blauw, rood en groen kleurpotlood. Het is moeilijk vast te stellen in welke mate hier het onmiskenbare reflecterende spel van de figuur in een spiegeloppervlak aanwezig is. De latere zelfportretten uit de reeks hebben allen de spiegel als structuurelement, zo niet direct in beeld gebracht, dan toch gesuggereerd. Silhouet van de schilder is de laatste radicalere oplossing, de frontale opstelling, die leidt tot een directere en meer dramatische confrontatie met zichzelf.
Onze website maakt gebruik van cookies om uw taalkeuze te registreren, de vlotte werking van onze website te garanderen en om anonieme statistieken bij te houden via Google Analytics.